Beantwoording Kamervragen over een onjuiste waardebepaling van verhuurde panden in box 3 en de Successiewet


Inkomstenbelasting  - Bericht Ministerie van Financiën  - [10-10-2011 2:00] 

 

De Tweede Kamerleden Omtzigt en van Bochove (beiden CDA) hebben aan staatssecretaris Weekers van Financiën vragen gesteld over signalen vanuit de praktijk dat voor veel particuliere verhuurders van woningen, de besluitwijziging per 1-1-2010 tot een extreme belastingverhoging leidt.
Volgens Weekers zijn deze signalen onjuist. Vóór 2010 dienden (verhuurde) woningen ten behoeve van de Successiewet 1956 en box 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 te worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer. Daarbij bestond geen eenduidige richtlijn om aan te geven hoe die waarde moest worden vastgesteld. Discussies daarover waren zeer feitelijk van aard en afhankelijk van onder meer het type vastgoed, de locatie, het gebruik en de hoogte van de eventuele huur. Voor de SW 1956 en box 3 Wet IB werden woningen veelal door belastingplichtigen gewaardeerd op de WOZ-waarde. Bij verhuurde woningen werd de waarde vaak vastgesteld op “een aantal keren de huur”, waarbij dat aantal significant hoger kon zijn dan de gebruikelijke marge van 10 tot 15.

 

Met ingang van 1 januari 2010 is voor de vaststelling van de heffingsgrondslag van woningen in de SW 1956 en box 3 Wet IB 2001 het gebruik van de WOZ-waarde verplicht. Dit geldt ook voor verhuurde woningen, met dien verstande dat voor verhuurde woningen waarop afdeling 5 van titel 4 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is (dus die onder de huurbescherming vallen), door middel van de leegwaarderatio (die voor 2011 tussen 60% en 85% ligt) rekening wordt gehouden met het feit dat in de WOZ-waardering wordt uitgegaan van de volle en onbezwaarde eigendom van de onroerende zaak. Er wordt immers bij de vaststelling van de WOZ-waarde geen rekening gehouden met het waardedrukkende effect dat de verhuurde staat van die woning heeft. Afstemming over de systematiek en de hoogte van de leegwaarderatio heeft volgens Weekers plaatsgevonden in een werkgroep waarin alle betrokken partijen vertegenwoordigd waren.
Het kan volgens Weekers in individuele gevallen zo zijn dat de waardering van (verhuurde) woningen op WOZ-waarde (bij verhuurde woningen vermenigvuldigd met de leegwaarderatio) tot een hogere grondslag voor box 3 leidt dan vóór 2010. Het is in dat geval echter ook mogelijk dat de desbetreffende woningen tot 2010 te laag werden gewaardeerd, aldus de staatssecreataris.
 

Copyright © 2012 Kennisbank FiscaalTotaal. Alle rechten voorbehouden. Privacy | Gebruikersvoorwaarden